Mijn naam is Peter Snelderwaard en ik hou het hele jaar door de flora en fauna in De Ruigte nauwgezet in de gaten. Het natuurpark is erg gevarieerd dankzij de verschillende biotopen (leefomgevingen). Elke maand laat ik deze biodiversiteit zien met een fotoverslag.
September is de maand van de nazomer naar de herfst. Zichtbaar en voelbaar minder zonuren. Dat zie je aan de insecten die elk moment pakken om op te warmen in de zonnestralen.
Bijenwolf

Bijenwolf (Philanthus triangulum) op de laatste bloemen van de Wilde Marjolein. De bijenwolf is een solitair levende wesp. Het vrouwtje is in staat om bijen van andere insecten te onderscheiden. Als ze een bij heeft gevonden, blijft ze boven de bij hangen tot het juiste moment daar is. Met haar poten grijpt ze dan de bij vast. Meteen wordt de bij gestoken met een verlammende steek en wordt het gif door het lichaam van de bij geperst. Zo legt de wesp een aantal verlamde bijen in haar van leem gebouwde nest en legt op één ervan een eitje. Mannelijke bijenwolfnakomelingen krijgen gewoonlijk twee of drie honingbijen in hun broedcel en vrouwelijke nakomelingen vier tot zes honingbijen. In de laatste binnengebrachte prooi wordt het eitje gelegd. Wanneer het eitje uitkomt, eet de larve de verlamde bijen één voor één op.
Gewone geurgroefbij

De gewone geurgroefbij (Lasioglossum calceatum) 9mm is een fascinerende bijensoort die je zelfs in stedelijke gebieden kunt tegenkomen. Wat deze soort bijzonder maakt, is haar sociale flexibiliteit. In sommige omstandigheden leeft ze eusociaal, wat betekent dat er een duidelijke taakverdeling is binnen het nest: een koningin legt de eitjes, terwijl werksters haar helpen met het grootbrengen van de jongen (zoals bij honingbijen). Wat het nog interessanter maakt: niet alle verwante soorten zijn eusociaal. Binnen dezelfde groep vind je bijen die solitair leven, maar ook soorten die een volledige sociale structuur hebben. Afhankelijk van de leefomgeving en omstandigheden kan de gewone geurgroefbij dus het hele spectrum aan sociale gedragspatronen laten zien — van alleenstaand tot samenwerkend. Kortom, deze kleine bij laat zien hoe flexibel en divers het sociale leven in de insectenwereld kan zijn!
De kleine wigwamspin

De kleine wigwamspin (Phylloneta sisyphia), van onderaf in de wigwam bekeken. De spin is uit de familie van de kogelspinnen (Theridiidae). De vrouwtjes worden 3 tot 4 mm groot, de mannetjes worden 2,5 tot 3 mm. De soort is te vinden op struiken en lage vegetatie. De kleine wigwamspin bouwt een toevluchtsoord in de vorm van een wigwam, die bedekt is met plantenresten. Onder de schuilplaats spint de spin de wirwar die typisch is voor de kogelspinnen. De enkele, bolvormige blauwgroene eierzak wordt geproduceerd in de zomer, tussen juni en augustus. De vrouwtjes doen aan moederzorg. De jonge spinnen worden oraal gevoed door het vrouwtje.
De kleine wigwamspin 2

De kleine wigwamspin (Phylloneta sisyphia) deelt haar prooi met de jongen.
Eerder wordt het voedsel uitgebraakt door de moeder, maar naarmate de jongen groter worden, deelt de moeder grotere voedselproducten met hen. Het vrouwtje zal sterven voordat de jongen het nest verlaten en ze zullen haar lichaam opeten. Aangezien ook zij na de paring de man als aperitief heeft geconsumeerd, neemt deze soort het doorgeven van genen aan de jongen wel heel letterlijk.
Wespspin

Niet elke wespspin blijft op dezelfde locatie een web bouwen. Doordat elke wespspin op het achterlijf een uniek patroon heeft, kan ik ze makkelijk uit elkaar te houden. Ik heb in De Ruigte negen wespspinnen kunnen vinden in dit jaar. Vorig jaar was dit er één. Echter, bij het maaien zijn er toen wel twee cocons gevonden. Aangezien de wespspin maar een cocon kan maken, moeten het er vorig jaar meer geweest zijn. De laatste wespspinnen zijn nu overleden.
Cocon van de wespspin

Van de 9 wespspinnen heb ik in totaal 6 cocons kunnen vinden. De cocon is ongeveer 20mm hoog. De eieren, met een vetlaag eromheen, bevinden zich onder in de cocon. Al vaker heb ik cocons gevonden die een klein gaatje hadden. Nu ontdekte ik in De Ruigte de veroorzakers. Het waren mieren die zich te goed deden aan het vet. Ik bewaar en volg de cocons die beschadigd zijn. Na het maaien in De Ruigte, worden de intacte cocons weer in De Ruigte teruggezet.
Bont zandoogje op de meidoorn

Bont zandoogje (Pararge aegeria) is in De Ruigte van februari tot in oktober te zien. Zo gauw de zon aanwezig is, warmen deze zandoogjes zich op. De mannen hebben vaste zonplekken. Ze dulden geen andere mannen in de buurt. Dan wordt het een luchtgevecht. Regelmatig zie je dan twee zandoogjes al tuimelend om elkaar heen. Ze overwinteren als ei of als larve. De vrouwtjes zetten eieren af in het gras, één van de redenen waarom we als groengroep niet alles maaien. Waar wel gemaaid wordt, wordt het maaisel in De Ruigte verspreid om eventuele eieren of cocons nog een kans te geven om uit te komen.
Zuidelijk spitskopje

Het zuidelijk spitskopje (Conocephalus fuscus) is een 18mm grote groene sprinkhaan met een bruine rug en een spitse kop. Hij houdt van dichte vegetatie. Graslanden die niet worden gemaaid, zoals hooilanden en wegbermen, zijn geschikt. Het zuidelijk spitskopje is, eenmaal volwassen, actief gedurende de maanden juli tot oktober, de mannetjes laten zich vooral horen tussen elf uur ´s ochtends en zeven uur in de avond. Het voedsel bestaat uit planten zoals kruiden en grassen, maar ook kleine insecten als rupsen en bladluizen worden gegeten.
Zuringuil

Zuringuil (Acronicta rumicis) 38mm, of beter gezegd de zuringrups. Prachtige kleuren. Je zou denken daar moet een mooi gekleurde vlinder uitkomen. Maar nee, het zuringuiltje is een nachtvlinder van 20 mm lengte. In de nacht heb je niets aan mooie felle kleuren. Overdag onder struiken of op een boom helpen camouflage kleuren (bruin/grijs). De naam doet vermoeden dat hij van zuring houdt en dat klopt. Alleen in De Ruigte is zuring niet ruim aanwezig. De waardplanten zijn allerlei kruidachtige en houtige planten, waaronder zuring, weegbree, duinroos, hop, braam, en zelfs ook wilg en meidoorn. Op de hop na zijn de andere planten wel aanwezig.
Bleke glimmerinktzwam

Bleke glimmerinktzwam (Coprinellus pallidissimus) groeit vaak op oud hout. Deze zijn rond de 30mm. Ondanks dat de bodem iets vochtiger is, zijn er nog niet heel veel paddenstoelen te zien. Mijn verwachting is dat ik volgende maand meer soorten kan laten zien.
Helaas noodzakelijke gedragsregels:
• Geen toegang met auto of fiets.
• Wandel over de paden.
• Honden aan de lijn (drollen verwijderen)
• Afval meenemen (of in de prullenbak bij de entree van het park)
• Verboden om te zwemmen of te varen in de wateren rondom de eilanden.
• Verboden om de eilanden te betreden.
• Verboden om te barbecueën en/of open vuur te maken.
• Verboden te kamperen.
Algemene informatie over De Ruigte
Het natuurpark wordt in samenspraak met de gemeente beheerd door de Groengroep. De Groengroep bestaat uit bewoners van Vreewijk. Eén keer per maand wordt er onderhoud uitgevoerd door de Groengroep. Lijkt het u leuk om ook een actieve bijdrage te leveren, informeer naar de volgende werkdag via DeRuigte@outlook.com.
Lees meer informatie op de speciale pagina van De Ruigte (onder Thema’s).
Contact Groengroep: DeRuigte@outlook.com
Gemeente: Gerpieter Wilbrink: g.wilbrink@leiden.nl, tel 14071
Abonneer jezelf!
Ben je nog niet geabonneerd op deze website, doe dit dan nu. Vergeet daarbij niet je aanmelding te bevestigen in je e-mail.
Je krijgt dan een melding bij een nieuw bericht op de website.
Je hoeft dan bijvoorbeeld niets te missen van deze boeiende maandelijkse toer door de Ruigte.










