Nieuwe inzichten tijdens bespreking concept Retailvisie Leidse Regio 2025 met wethouder Robert Strijk

Hieronder treft u het verslag aan van een gesprek dat op 14 januari 2016 plaatsvond met wethouder Robert Strijk. Onderwerp van gesprek was de concept Retailvisie Leidse Regio 2025 en enkele onduidelijkheden die werden gesignaleerd binnen Vreewijk. Tijdens verschillende maandborrels is dit onderwerp ter sprake gekomen en is afgesproken dat een informatief gesprek met de wethouder in ieder geval de gesignaleerde onduidelijkheid zou kunnen oplossen. Dit is gebeurd.

Verder spraken we tijdens bovengenoemde maandborrels af dat we vanuit Vreewijk weliswaar belanghebbende zijn in deze, maar graag in gezamenlijkheid met Tuinstad-Staalwijk en Pieters- en Academiewijk en Levendaal-West handelen. Dit zijn de wijken waarin zich het winkelgebied Herenstraat / Doezastraat bevindt. Dit is gebeurd.

Hieronder treft u van dit gesprek het verslag en hier in PDF format. Het verslag is goedgekeurd door wethouder Strijk, de secretaris van Tuinstad-Staalwijk en de voorzitters van de wijkbesturen van bovengenoemde wijken.

Het gesprek heeft geleid tot nieuwe inzichten voor de totstandkoming van de visie en de onderliggende logica voor de implementatie van de retailvisie. Het document is dan ook te lezen als een informatief document; niet als een beleidsdocument waarin alle partijen zich kunnen vinden in alle uitspraken. Sterker nog: we willen vanuit de drie wijken het winkelgebied Herenstraat / Doezastraat graag behouden, zowel door er onze boodschappen te doen, als door ons in te zetten voor de eenheid van dit winkelgebied, dus zonder de momenteel voorziene knip tussen Herenstraat en Doezastraat met Singel als gepercipieerde grens (demarcatielijn binnenstad).

Reflecterend op mijn rol als voorzitter van het bestuur van het Vreewijkcomité ben ik niet bevoegd om namens de bewoners van Vreewijk te spreken of namens hen afspraken te maken. Dit zal ik dan ook niet doen. Wat ik kan en zal doen is het proces faciliteren en indien nodig regisseren waarbij geïnformeerde betrokkenen in de bestaande besluitvormingstrajecten op tijd en goed voorbereid hun rol kunnen spelen, in dienst van wat ik zie als goed voor Vreewijk, naast andere wijken binnen de stad Leiden die ons verbindt.
Om die reden hecht ik veel waarde aan communicatie via de Vreewijk website en tijdens de maandborrels, om zo in te kunnen schatten welke standpunten en acties draagvlak hebben. Die acties en standpunten zal ik vervolgens vanuit mijn rol met verve proberen doen cq verdedigen.

Voor het onderwerp Retailvisie Leidse Regio 2025, de implementatie ervan en de te verwachten effecten voor ons en de bewoners en ondernemers uit omringende buurten nodig ik u dan ook uit mee te denken of te participeren in het bestuurlijke besluitvormingstraject dat er als volgt uit ziet:

  • Gisteren, op 19 januari 2016 heeft het college de Retailvisie vastgesteld voor bespreking in de Raad.
  • Op 18 februari 2016 worden insprekers gehoord in de raadscommissie Werk en Middelen.
  • Op 17 maart 2016 vindt de inhoudelijke bespreking plaats in de raadscommissie Werk en Middelen.
  • Daarna kan besluitvorming plaatsvinden in de Raad op 31 maart 2016.
  • NB de data voor bespreking in de Raadscommissie en Raad zijn onder voorbehoud, aangezien de Raad haar eigen agenda bepaalt.

Wilt u hierbij betrokken blijven of worden? Maak dit kenbaar bij mij (marlon@domingus.nl), tijdens de jaarvergadering op maandag 25 januari as., of tijdens een van de Vreewijk maandborrels (laatste maandag van de maand 21:00 uur bij Babbels). U kunt ook onder dit bericht uw reactie delen met de lezers van onze Vreewijk website.

Tenslotte. Later op donderdag 21 januari 2016 wordt de definitieve Retailvisie Leidse Regio 2025 bekendgemaakt. Zodra deze online beschikbaar is zal ik hier verwijzen naar de definitieve tekst.

Marlon Domingus

——————————————–

Gesprek d.d. 14 januari 2016
Onderwerp: concept Retailvisie Leidse Regio 2025, 24 juni 2015

Aanwezig
Robert Strijk wethouder Bereikbaarheid, Economie, Binnenstad en Cultuur
Sander Kanselaar, projectleider Retailvisie Leidse Regio
Luuk Prein, voorzitter bestuur Tuinstad-Staalwijk
Max van der Wijk, secretaris Tuinstad-Staalwijk
Jan Pieters, voorzitter bestuur Pieters- en Academiewijk en Levendaal-West
Marlon Domingus, voorzitter bestuur Vreewijk

Aanleiding
Aanleiding voor het gesprek was de schriftelijke reactie op de Retailvisie vanuit Vreewijk, d.d. 7 december 2015 ter attentie van wethouder Strijk en de communicatie naar aanleiding daarvan tussen wethouder Strijk en Marlon Domingus. Bij het voorgenomen vervolggesprek werden uitgenodigd Jan Pieters, Luuk Prein en op verzoek van de wethouder ook Sander Kanselaar.
In de eerder ingediende zienswijzes van de drie wijkorganisaties werden onder andere zorgen geuit van de wijken over de mogelijke gevolgen van de Retailvisie voor de winkelvoorzieningen van de Doezastraat/Herenstraat. De zes college van B&W stellen waarschijnlijk op donderdag 21 januari de Retailvisie voor de Leidse Regio vast. Deze wordt daarna besproken in de zes gemeenteraden en daar eventueel gewijzigd vastgesteld.

Belangrijkste vragen namens de 3 wijkverenigingen (gebaseerd op de concept Retailvisie die in de zomer 2015 ter inspraak lag).

In het gesprek werd duidelijk dat:

– Het onduidelijk is wat het concreet betekent wanneer de Herenstraat en de Doezastraat niet behoren tot de toekomstige detailhandelsstructuur? Moeten de winkels weg? Moeten ze verplaatsen naar de binnenstad? Mogen de winkels ongehinderd blijven, maar verandert het bestemmingsplan als de winkels besluiten weg te gaan? [Marlon Domingus]

– Het onduidelijk is hoe dit besluit (het niet behoren tot de toekomstige detailhandelsstructuur van de Herenstraat / Doezastraat) tot stand is gekomen (wat is de onderbouwing in de concept-retailvisie), en waarom verschijnt de Doezastraat niet in de concept-retailvisie [Marlon Domingus]

– De gemeente Leiden lijkt aan te geven ondernemers te willen helpen, gegeven de in de concept-retailvisie gesignaleerde veranderingen in consumentengedrag. Daartegenover staat de vraag of deze algemene veranderingen in de praktijk ook merkbaar zullen zijn voor de ondernemers specifiek in de Herenstraat / Doezastraat, gegeven de samenstelling van het aanbod, de kwaliteit ervan en de doelgroep die de sociale functie koestert en vanwege ouderdom bijvoorbeeld minder mobiel is dan wel minder online elders winkelt. [Marlon Domingus]

– Niet alleen ouderen, maar feitelijk alle bewoners hebben baat bij goede voorzieningen om de hoek; het stelt ouderen bovendien langer in staat om zelfstandig thuis te wonen. [Luuk Prein]

– De winkels/ondernemers in de Herenstraat hebben voor de Tuinstad-Staalwijk zeker ook een sociale rol. Op het moment dat de samenstelling van de winkelstraat wordt gewijzigd, door implementatie van de Retailvisie, zal dit zeker gevolgen hebben voor de sociale cohesie in de wijk. [Luuk Prein]

– De bewoners het winkelgebied Herenstraat / Doezastraat als één geheel zien, maar de gemeente Leiden een grens lijkt te trekken tussen de binnenstad (Doezastraat) en buiten de singels (Herenstraat). [Max van der Wijk]

– Er een negatief effect wordt verwacht bij banken aangaande financiering van ondernemers in het gebied Herenstraat / Doezastraat vanwege het zijn aangewezen als niet toekomstvast winkelgebied in de concept Retailvisie. [Max van der Wijk]

– een aantal invalshoeken niet is meegenomen in de concept-retailvisie:

-er is een wisselwerking tussen de bewoning en de behoefte aan winkels. Zet de verkamering door, dan komen er meer winkels die aansluiten op de behoeften van kamerbewoners. Dat vermindert het perspectief van winkels met een regionale functie. Omgekeerd vereist een goed woonklimaat (bijvoorbeeld voor mensen waarvan gehoopt wordt dat zij langer thuis blijven wonen) dat er een adequaat winkelaanbod is. (Deze wisselwerking wordt in de analyse onvoldoende belicht).;

-Als de spreiding van winkels over de stad verandert, zitten daar logistieke gevolgen aan vast. [Jan Pieters]

Belangrijkste inzichten

In de toelichting van wethouder Strijk werd het onderstaande duidelijk.

– Het is voor de wethouder een gegeven dat er de komende jaren minder fysieke winkels komen. Door de opkomst van internet winkelen, trends als de deeleconomie of de markt voor 2e handsgoederen komen er minder winkels.  Daarnaast speelt er een proces van schaalvergroting bij de aanbieders.

– Je kunt er voor kiezen niks te doen en de markt zijn werk te laten doen in de komende jaren, maar dan hebben we straks allemaal half functionerende winkelgebieden. Het college kiest graag samen met ondernemersverenigingen op welke winkelgebieden wordt ingezet vanuit de realisatie dat het er dus minder zullen zijn dan nu.

– Er is een onderliggende logica voor de inschatting of een winkelgebied in 2025 nog steeds een gezond winkelgebied zal blijken te zijn. Hierbij worden namelijk drie motieven onderscheiden om boodschappen te doen: (1) dagelijkse boodschappen (brood, melk etc), (2) gerichte boodschappen (koelkast, stofzuiger, pot verf) en (3) fun shopping (verschillende winkels bezoeken, veelal modieuze goederen, waarbij bepaalde aangename beleving eerder dan doelgericht inkopen voorop staat). Dit recreatieve winkelgedrag gaat vaak gepaard met het bezoeken van andere dingen, bijvoorbeeld een evenement, museum of horecazaak. Het is de opvatting van de wethouder dat een winkelgebied sterk is en dus behoort tot de toekomstige winkel-structuur als winkels elkaar versterken door gezamenlijk de focus te hebben op één van de drie beschreven typen winkelgedrag. (Een vishandel naast een slager, in de buurt van een groenteboer en bakker heeft meer kans dan een vishandel naast een audiozaak of kledingwinkel. Dit alles steeds in de context van het feit dat er steeds minder fysieke winkels zullen zijn in de toekomst.

–  Het niet aangewezen zijn als onderdeel van de toekomstige winkelstructuur  (Herenstraat) is een gemotiveerde inschatting in de mate waarin winkels succesvol zullen blijken te zijn in 2025 en er concentratie zal plaatsvinden in het gebied Doezastraat-Herenstraat. Mochten de ondernemers in de Herenstraat in 2025 nog steeds floreren dan zal de wethouder dit toejuichen. Mocht een ondernemer echter zelf besluiten uit de Herenstraat weg te gaan, dan kan alleen de eigenaar van het betreffende pand een aanvraag indienen om het bestemmingsplan te wijzigen, en dan zal de gemeente Leiden dit honoreren (dus bijvoorbeeld meewerken aan het verzoek van de eigenaar om de bestemming aan te passen van winkelpand naar wonen of kantoor). Mocht een ondernemer de Doezastraat verlaten en wordt door de eigenaar van het desbetreffende pand ook een verzoek ingediend om het bestemmingsplan te wijzigen, dan wordt dit niet gehonoreerd door de gemeente Leiden, omdat de Doezastraat wordt gezien als een sterk winkelgebied, waarbij de aanwezige winkels elkaar versterken.

–  De gemeente Leiden zal nadrukkelijk geen winkels sluiten en kan en wil dit ook niet. Bij ondernemers en bewoners is onrust ontstaan en een onjuist beeld van de gevolgen hiervan, wellicht door de bewoording “aangewezen als niet toekomstvast winkelgebied” in het concept van de retailvisie, hetgeen duidt op een act en een handeling van de gemeente Leiden suggereert.

–  Dat de wethouder probeert om,

  1. door zoveel mogelijk helderheid te verschaffen over de toekomstmogelijkheden van de winkels, en
  2. door daaraan de consequentie te verbinden dat de gemeente een verandering van de bestemming zal faciliteren, als de eigenaar van het pand daar bij bedrijfsbeëindiging om vraagt,

een bijdrage hoopt te leveren aan het vermijden van leegstand.

–  Op dinsdag 19 januari 2016 stelt het College de retailvisie vast voor bespreking in de Raad. Aangezien er nog afstemming nodig is met de besluiten in de vijf andere colleges wordt het besluit donderdag 21 januari openbaar.

–  Een nadere analyse van de winkelgebieden in de binnenstad, inclusief de Doezastraat, volgt nog. De wethouder geeft aan te verwachten dat de Doezastraat onderdeel zal zijn van de detailhandelsstructuur in 2025.

Vervolgafspraken

– Marlon Domingus stelt tbv communicatie binnen de vertegenwoordigde wijken een verslag op van het gesprek, legt dit eerst voor aan Luuk Prein, Max van der Wijk en Jan Pieters en na revisie voor akkoord aan wethouder Strijk en aan Sander Kanselaar.

– Wethouder Strijk zal in zijn gesprekken met Leidse bankdirecteuren een nuance aanbrengen om zo een onbedoelde sturende werking vanwege het ‘aanwijzen van de Herenstraat als niet toekomstvast’ door de gemeente Leiden te minimaliseren voor eventuele financiering van ondernemers in de Herenstraat. Het spreekt voor zich dat dit niet meer dan de status van advies aan de banken kan hebben.

– Wethouder Strijk constateert vanwege het gesprek de betekenis van de sociale functie van een winkelgebied en het belang dat daar aan wordt gehecht nogmaals duidelijk te zien. Dit punt geldt des te meer voor wijken met beperkte andere sociale voorzieningen als scholen, woonvoorzieningen ouderen, buurthuizen etc. zoals bijvoorbeeld geldt voor Tuinstad-Staalwijk. Dit staat overigens los van de vraag welke rol de gemeente zou moeten nemen wanneer ondernemingen niet langer floreren.


Ontdek meer van Vreewijk te Leiden

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

2 reacties

Opgeslagen onder Nieuws

2 Reacties op “Nieuwe inzichten tijdens bespreking concept Retailvisie Leidse Regio 2025 met wethouder Robert Strijk

  1. Ik had nog een reactie in mijn hoofd op het bericht van 21 januari. Wethouder jokt natuurlijk dat hij de sociale functie van de winkels “nogmaals” inziet, want eerder had hij dat zonneklaar niet gedaan.
    Maar ik zie nu dat de wethouder alweer gesproken heeft, zonder zich iets van responzen aan te trekken. Je had het kunnen voorspellen. Zo is de regeerstijl tegenwoordig. Blijkbaar is de wethouder er niet voor de bewoners, maar voor de grote verhuurders en de grote winkelbedrijven – en als het geval het wil voor de universiteit
    Ook ik heb mijn bedenkingen als ik enkele leegstaande of niet-florerende winkelpanden zie, in de Herenstraat maar ook in de Doeza, terwijl de Doezastraat een behoorlijk kruidenierswinkel ontbeert sinds “De Geus” alias Remmerswaal vertrokken is. Leegstand komt ook in de Breestraat voor, straks wellicht aangevuld met het debacle van V&D. Kan de wethouder niet eerder zijn energie inzetten om een bestaand en functionerend winkelcentrum ‘compleet’ te houden?

    Koenraad Kortmulder

  2. Pingback: Oproep: inspreken raadscommissie Werk en Middelen op 18 februari 2016 mbt Retailvisie Leidse Regio en uitnodiging D66 thema avond op 16 februari 2016 | Vreewijk te Leiden

Geef een reactie op K.Kortmulder Reactie annuleren