Afgelopen maandag hadden we weer onze maandelijkse wijkborrel en we bespraken daar ook de toekomstvastheid van de Heren- / Doezastraat als winkelgebied. Er kwam een heleboel reactie en er waren twee vragen:
1. Hoe is dit besluit (het niet toekomstvast zijn van de Heren- / Doezastraat) tot stand gekomen (is dit een van de conclusies uit de retailvisie) en
2. Wat betekent het concreet wanneer de Heren- / Doezastraat niet toekomstvast zijn? Moeten de winkels weg? Moeten ze verplaatsen naar de binnenstad? Mogen de winkels onbeperkt blijven, maar verandert het bestemmingsplan als de winkels besluiten weg te gaan?
Bijgaand de antwoorden van Max van der Wijk, door wijkvoorzitter Luuk Prein van Wijkcomité Tuinstad-Staalwijk als specialist op dit gebied aangemerkt.
Vraag 1
De conclusie dat de winkels in de Herenstraat niet toekomstvast zijn komt voort uit een onderzoek dat uitgevoerd is in opdracht van de gemeente Leiden en andere gemeentes als Leiderdorp, Oegstgeest en andere gemeentes in de regio. De volledige tekst van dit onderzoek vind je op http://www.economie071.nl/wp-content/uploads/2015/07/Retailvisie-Leidse-regio-2025_rapport-RMC.pdf.
Het doel is om slagvaardig te kunnen optreden tegen de leegstand in de binnenstad en winkelcentra door middel van het faciliteiten van filialisering en concentratie van winkels in de winkelcentra. Op zich geen probleem. Gewoon in elk winkelcentrum een Hema, Blokker, Albert Hein etc. Maar dit vraagt om investeringen in bereikbaarheid etc., bovendien is er voor de uitbaters van winkelcentra en de gemeente een directe winst omdat door ondernemers in winkelcentra flink meer betaald moet worden voor de locatie dan in de buurtcentra of voor vrije vestiging. Door niet te investeren in kleine buurtwinkel centra komt er nog wat meer geld daarvoor beschikbaar. Dat lijkt allemaal heel positief.
Maar het onderzoek roept een aantal vragen op.
A Ik kan nergens een verwijzing naar harde data waarop men zekere veronderstellingen baseert in de retail visie vinden, zoals bijvoorbeeld hoe men de wensen van de mensen die winkels bezoeken geïnventariseerd heeft. Welke vragen heeft men gesteld aan het winkelend publiek of inwoners van Leiden en hoe waren deze vragen geformuleerd? Ook lijkt het als vaststaand te zijn aangenomen dat er een IKEA in Leiderdorp komt, waardoor de visie positiever in het licht komt dan feitelijk juist is. De verantwoording voor de verzameling van de feiten is nergens adequaat verantwoord. Alles lijkt gestoeld op een aantal gesprekken met grote [overkoepelende] winkeliersverenigingen, waarbij de communicatie naar de kleine winkeliersverenigingen beperkt bleef tot het op de hoogte brengen van het feit dat er een onderzoek ging komen. Het feit dat er een onderzoek met conclusies klaar lag, hebben onafhankelijke winkeliersverenigingen zoals die van de Doezastraat, Herenstraat, Lammenschans etc zelf uit de krant moeten halen. Tijdens het onderzoek zijn er wel zekere stukken bekend geworden van het onderzoek, maar op geen enkel moment is kenbaar gemaakt wat de status van die stukken was, daardoor hebben de winkeliers niet kunnen inschatten wat de betekenis en reikwijdte van de inhoud van deze stukken is geweest en waar men actie op had kunnen ondernemen.
B De inspraak periode van 10 juli tot 4 september op deze visie was daarnaast nog eens in een periode waarin iedereen bezig is met vakantie beslommeringen en niet met het grondig uitspitten van het lokale blaadje op kleine lettertjes van de gemeente, dus door velen is de periode van inspraak volledig gemist. Verder wordt de Doezastraat in de visie helemaal niet meer genoemd. Dit is helemaal geen goede zaak. Als de visie wordt vastgesteld in Januari zal het de status krijgen van bestemmingsplan voor ondernemers. Beroepsmogelijkheden tegen het niet verkrijgen van een winkelbestemming in een andere locatie dan een door de gemeente aangewezen winkelcentrum worden heel erg beperkt, kleine creatieve beginnende ondernemers vrijwel kansloos en het verkrijgen van startersleningen uiterst moeizaam, want ook de banken en financierders hebben kennis van deze retail visie en zullen er naar handelen.
C Maar het kostenplaatje is hiermee nog lang niet compleet. De visie rept met geen woord over de indirecte kosten en moeite die de mensen in de wijk moeten maken om boodschappen te kunnen doen in een verreweg gelegen winkelcentrum of de kosten van extra ondersteuning op basis van de WMO omdat men iemand nodig heeft die de boodschappen doet of helpt bij het online winkelen. Het gaat direct in tegen het beleid dat mensen zolang mogelijk thuis moeten kunnen blijven wonen. Het zelf naar een winkel in de buurt kunnen gaan voor wat vers fruit of melk is uiterst belangrijk voor sociaal contact voor de betrokkene, maar ook voor de overige wijkbewoners die daarmee in gelegenheid worden gesteld op te merken dat er iets mis kan zijn. Ook voor mantelzorgers wordt het lastiger; even snel een vergeten pakje boter in de buurt halen verandert in een reistocht naar en winkelbeleving in een verder afgelegen winkelcentrum, iets waar mantelzorgers niet op zitten te wachten gezien de inspanningen die zij al met moeite uitvoeren. Het aantal mensen dat een beroep zal doen op ondersteuning vanuit het Sociaal Wijkteam zal toenemen, want een toenemend deel van de ouderen zal niet met een rollatertje de afstand naar het verder afgelegen winkelcentrum kunnen overbruggen. Openbaar vervoer vanuit de wijk is er nauwelijks of zelfs helemaal geen optie.
Vraag 2
De winkeliers in de afgeschreven gebieden mogen blijven, maar zodra zij stoppen wordt de winkelbestemming van hun pand afgehaald en is de winkel definitief weg. Maar als ze blijven zitten worden hun mogelijkheden ernstig beperkt. Opknappen van de zaak om de winkel aantrekkelijk te maken, wordt bijna onmogelijk. De banken zullen niet genegen zijn een lening te verstrekken. Dus zal het uit eigen zak gefinancierd moeten worden. In wezen een koude sanering en daarmee een marginalisering van hun bestaan. Dit proces kan nog versneld worden door het afgeven van een tijdelijke horeca/kroeg vergunningen op de panden van de vertrekkende winkeliers, waardoor de overblijvers zich steeds meer gedwongen zullen voelen te vertrekken. Voor Vreewijk kan het betekenen dat er nooit meer een winkel in wat voor vorm dan ook zal mogen komen.
Ik hoop dat dit enig licht werpt op je vragen. Verder moet ik je nog vermelden dat de gemeente het vaststellen van de retail visie in Januari 2016 op de agenda zal zetten. Het zou mooi zijn al mensen die zich niet kunnen vinden in de visie in grote getale naar de commissie vergaderingen zouden komen. In de tussentijd is het vooral zaak om dit item zoveel mogelijk in de publiciteit te houden met acties of andere initiatieven. Ons wijk comité zal nog een brief opstellen naar de gemeente waarin wij onze bezwaren kenbaar willen maken.
Hieronder in zeer voorzichtige formulering de kritiek en het advies van de WMO-raad:
http://www.adviesraadwmoleiden.nl/doc/150904Ongevraagd-advies-concept-Retailvisie.pdf
en de inspraakbrief van Bedrijven terrein Lammenschans, die een aantal opmerkelijke feiten mbt het onderzoek naar voren brengt.
http://lammenschansdriehoek.ondernemersfonds.nl/media/vk_1002/subsites/lammenschans/2015-09-01_Brief_van_BTV_LD_aan_BW_Leiden_inspraak_retailvisie.pdf










